Noorwegen voelt anders. Rustiger misschien. Respect is denk ik het woord dat onder de reisgenoten genoemd wordt. Voor de Noren heel gewoon, voor ons opvallend.
Het land is schoon, vriendelijk en ontspannen. De gekleurde huizen staan strak in de verf.
Het is niet uit te leggen wat voor gevoel de natuur geeft. Er is helemaal niks, maar toch zó veel.
Vanmorgen wandelen we naar het puntje van de kliffen. Een tocht met enige uitdaging, maar wat mooi, wat mooi. Bij openbare staan schoenen netjes buiten, Binnen staat een houtkachel die je mag gebruiken bij koud weer. Boeken staan op planken langs de wand. Je voelt je welkom op die plekken midden in de natuur. Gril roosters en zelfs aangebrand hout liggen netjes opgestapeld.
Het zit niet alleen in spullen, maar ook in de mensen zelf.
We komen aan op onze eerste camping. Een soort boutnybaai in Scandinavië. Achterin staat een Noors stel, vooraan bij de baai een paar Duitse campers. Een mooie plek waar wij onze reisgenoten ook graag neer willen zetten. Terwijl ik met de pionnen richting de plek loop komt de Noorse mevrouw al naar me toe. Uit zichzelf zegt ze dat we best voor hun camper mogen staan. Ik zeg nog dat ze dan geen uitzicht meer hebben, maar dat wuift ze meteen weg. Geen probleem, zegt ze. Ze gunt het ons gewoon. Dat soort momenten maken indruk. Niet overdreven vriendelijk of gemaakt, maar heel vanzelfsprekend. Niemand die opgejaagd lijkt. Het geeft rust.
De natuur en het superweer maken ons blij en hoe mooi dat we dit ook nog eens kunnen delen met onze gezellige reisgenoten!



